In 2021 publiceerde Dan W. Dees zijn boek ‘Morgen doen ze het weer’. Hierin beschrijft hij de Tweede Wereldoorlog in Zaamslag door de ogen van een kleine jongen. Mooi om te lezen, zeker voor wie Zaamslag goed kent. In het boek onthult hij opmerkelijke details over de daden van zijn vader tijdens de oorlog, dierenarts Dees. Dan W. Dees is onlangs helaas overleden.


Dierenarts Dees keert na zijn studie diergeneeskunde terug naar Zaamslag en begint er een praktijk. Als de Tweede Wereldoorlog uitbreekt, is hij al een poos actief en bekend in de regio. Hij weet niet alleen veel over dieren, maar ook over wapens. Als jongeman is hij opgeleid als reserve-officier, krijgt hij schietlessen en verdiept hij zich in wapenkunde. Een van zijn eerste opstandige daden is het weigeren van zijn lidmaatschap van de Kulturkammer. Volgens Dan W. Dees krijgt zijn vader hiervoor een oproep. Opmerkelijk omdat de Kulturkammer voor kunstenaars was, maar bekend is dat ook intellectuelen die wel eens publiceren oproepen krijgen. Ook de huisarts van Zaamslag vindt er een in zijn bus. Waar die van de dierenarts weer wordt ingetrokken, blijft die van de huisarts van kracht. Ook hij weigert en komt daardoor terecht in Kamp Vught. Voor het gezin Dees een bewijs van hoe fataal iets weigeren aan de bezetter kan aflopen.


Toch lijkt de dierenarts hier zich weinig van aan te trekken. In het boek valt te lezen dat dierenarts Dees als een van de weinigen langs de zeedijk en andere strategische plekken mag rijden, op weg naar vee dat zijn hulp nodig heeft. Hier houdt hij zijn ogen niet bepaald in zijn zak. Waarschijnlijk pikt hij vooral bij de Griete veel informatie op. Hier zit in de oorlog Waluitkijkpost (WUP) 80 van waaruit de Duitsers o.a. zeemijnen proberen te spotten van de geallieerden. Ook zijn er bunkers geweest en moet de dierenarts tijdens zijn autoritten troepenbewegingen hebben gezien. Zijn zoon omschrijft in zijn boek hoe zijn vader alles feilloos onthoudt, het meteen noteert bij thuiskomst en doorgeeft. Hij verspreidt sowieso veel informatie afgaand op het feit dat heel wat mensen komen en gaan in de praktijk die zogenaamd ‘medicijnen voor hun dieren’ komen halen of iets komen vragen. 


Tijdens de ritjes langs de dijk kan dierenarts Dees overigens niet altijd alles zien. Het komt voor dat de Duitsers hem blinddoeken en vervoeren naar de boerderij van bestemming. Ook wordt zijn auto regelmatig gecontroleerd voor en na een rit. Iets waaruit we kunnen opmaken dat de Duitsers zich dan goed bewust zijn van wat dierenarts Dees kan oppikken tijdens zijn autoritjes langs de scheldedijken.


In het boek lees je ook hoe de inwoners zich wagen aan kleine daden van verzet. Bijvoorbeeld door sieraden te dragen van neergestorte geallieerde vliegtuigen in kleuren rood-wit-blauw. Inwoners zien het ook als eerbetoon aan de geallieerden. Onder andere Cornelis de Putter verzamelt het aluminium van de vliegtuigen en maakt sieraden op zijn boerderij aan de Groeneweg voor zijn kleinkinderen. Wie zelf niet handig is maar geallieerd aluminium bezit, kan naar de gebroeders Hough in de Rozemarijnstraat om er iets van te laten maken.


Een van de spannendste verhalen in het boek is van Dan W. Dees zelf. Hij schrijft hoe hij met een vriendje op de Terneuzensestraat loopt als een witte bestelbus langs snelt, stopt en er in haast en paniek een leren tas uit de bus wordt gegooid. Dan en zijn vriendje weten de tas op zolder bij de dominee te krijgen waar hij met vriendjes een speelplek heeft en licht snel zijn vader in. De tas blijkt vol te zitten met bonkaarten en id-bewijzen. Van zijn vader krijgt hij op een dag de instructie de tas naar de pastorie van de Gereformeerde kerk te brengen. Iets wat hij braaf doet, maar niet zonder de nodige spanning in zijn lijf.


Dit en nog meer, zoals een overval in Sluiskil en boomstammen op akkers, valt te lezen in ‘Morgen doen ze het weer’. Rust zacht Dan W. Dees.